Menu

Orionnevel

19/12/2018 - Messier, Sterren
Orionnevel

De Orionnevel (ook aangeduid als Messier 42, M42 en NGC 1976) is een interstellaire wolk van ruimtestof dat zich in onze Melkweg bevind, meer bepaald in het sterrenbeeld Orion. De Orionnevel is één van de helderste nevels die tevens met het blote oog zichtbaar is (bij de juiste omstandigheden) als een wazige vlek net onder de drie gordelsterren van “het zwaard van Orion”.

De nevel staat op een gemiddelde afstand van 20 lichtjaar van de Aarde. Het centrale gedeelte van de nevel heeft een doorsnede van vijf tot zes lichtjaar. De nevel werd in november 1610 ontdekt. Later werden er weer waarnemingen gedaan tussen 1611 en 1619. In februari 1917 maakt Galileo Gelilei zijn eerste waarnemingen van de drie sterren die later “het zwaard van Orion” vormt. Christiaan Huygens maakte in 1659 als eerste een tekening van de nevel. Pas in 1880 werd de eerste foto van de nevel gemaakt. De Orionnevel is nu één van de meest bestudeerde objecten aan de hemel.

De Orionnevel is eigenlijk een samensmelting van twee andere nevels, M42 en M43. Beide objecten worden gescheiden door een absorptienevel. Een opvallend detail in de “Orion Bar”, een balk gevormd door ionisatiefront. De nevel bestaat uit geïoniseerd gas. De temperatuur van het gas kan oplopen tot zo’n 9800 graden in het centrum en tot 7700 graden in de buitenranden. Het gas bestaat vooral uit waterstof gemengd met helium en andere elementen. Het geïoniseerde gas zendt radiostraling uit. 

De nevel wordt geïoniseerd door een reeks jonge sterren die deel uitmaken van een open sterrencluster genaamd de Trapeziumcluster. De hele cluster bestaat uit zo’n 2000 sterren. De Hubble Space Telescope heeft zeer gedetailleerde foto’s van de nevel gemaakt. Op die foto’s zijn 150 jonge sterren te zien met een schijf van gas en stof om zich heen, oftewel het begin van een planetenstelsel.

Achter de Orionnevel zijn nog andere protosterren die bezig zijn met zich te vormen in de moleculaire wolken die geassocieerd worden met de nevel. Deze wolken bevatten genoeg gas om de vorming van nog duizenden sterren mogelijk te maken. De wolken maken op hun beurt deel uit van een moleculaire reuzenwolk in het Orioncompex.