Menu

Pioneer Programma

15/04/2020 - Exploratie, Flyby, Jupiter, Maan, Orbiter, Ruimtevaart, Saturnus, Venus
Pioneer Programma


Weg van de Aarde
Het Pioneer Programma was een reeks van onbemande ruimtemissie’s in het kader van de verkenning van het zonnestelsel en planeten. Het programma bestond uit twee reeksen. De eerste reeks, die liep van 1958 tot 1960 bestond voornamelijk uit pogingen om de maan te bereiken. Uit de tien pogingen zijn er uiteindelijk twee die gelukt zijn. Een onbemand ruimtetuig kon niet in een baan rond de maan geraken, maar leverde wel een succesvolle scheervlucht langs de maan. Een tweede ruimtetuig werd succesvol gelanceerd om de ruimte tussen de Aarde en Venus te verkennen.

De tweede reeks van het programma liep van 1965 tot 1992 en was meer succesvol dan de eerste. Toen werden er acht ruimtetuigen succesvol gelanceerd: vier werden gebruikt om de interplanetaire ruimte te meten, twee werden naar Jupiter en Saturnus gestuurd, en nog eens twee werden naar Venus gestuurd. Uit de tweede reeks zijn twee ruimtetuigen bekend geraakt: Pioneer 10 en Pioneer 11. Zij worden aanzien als de voorgangers van de Voyager-sondes. Pioneer 10 en Pioneer 11 werden naar de planeten Jupiter en Saturnus gestuurd om daarna hun baan verder te zetten naar de rand van het zonnestelsel. Beide ruimtetuigen zijn voorzien van een gouden plaque met informatie over de mensheid, voor het geval ze gevonden worden door buitenaards leven.

Eerste reeks
De eerste pogingen waren voornamelijk pogingen om te zien of we voorbij de aantrekkingskracht van de Aarde konden geraken en naar de maan konden vliegen. Dit waren de eerste lanceringen door NASA. In totaal werden tien pogingen ondernomen. Twee ervan zijn gelukt. De meeste mislukkingen kwamen door het feit dat de sondes niet in staat waren om van de aantrekkingskracht van de aarde te ontsnappen. Hierdoor werden ze terug getrokken naar de Aarde en vernietigd in de atmosfeer. Pioneer 4, gelanceerd in maart 1959, kon wel aan de aantrekkingskracht ontsnappen en kon zich in een baan rond de maan plaatsen. Pioneer 5, gelanceerd in maart 1960, kon aan de aantrekkingskracht ontsnappen en zette koers naar de planeet Venus. 

Tweede reeks
Vijf jaar na de eerste reeks van pogingen werd de naam Pioneer door NASA opnieuw gebruikt voor een tweede reeks ruimtemissie’s. Deze keer gemikt op het zonnestelsel. In deze reeks zijn voornamelijk Pioneer 10 en Pioneer 11 de paradepaardjes. Zo ook de Pioneer Venus Orbiter.

Pioneer 6, 7, 8 en 9 werden succesvol gelanceerd tussen 1965 en 1969. Zij werden voornamelijk gebruikt de interplanetaire ruimte te verkennen en meten. Ze vlogen op verschillende afstanden in een baan rond de zon. Pioneer 10 werd in maart 1972 gelanceerd met als doel Jupiter. Hij maakte een succesvolle scheervlucht langs Jupiter en zette daarna koers naar de rand van het zonnestelsel. Zij broer, Pioneer 11, werd gelanceerd in april 1973 met als doel Jupiter en Saturnus. Ook hij maakte succesvolle scheervluchten langs de planeten om daarna verder te vliegen naar de rand van het zonnestelsel.

NASA kondigde nog een opvolger van Pioneer 11 aan die zou moeten lanceren in 1974. De sonde kreeg de voorlopige naam Pioneer H mee en zou identiek zijn aan Pioneer 10 en 11. Het voorstel werd echter niet aanvaard en de sonde werd nooit afgewerkt. In 1977 werd de sonde, die deels gebouwd was, verhuisd naar het National Air and Space Museum in Washington waar hij dienst doet als stand-in voor Pioneer 10 in de galerij van de mijlpalen van de ruimtevaart.

Venus Project
Een apart project binnen het Pioneer Programma is het Venus Project. Een eerste poging werd ondernomen door in 1959 Pioneer 4 te lanceren en in de ruimte te brengen tussen de Aarde en Venus. Later werd dit project verder gezet met de Pioneer Venus Orbiter en Pioneer Venus Multiprobe. Pioneer Venus Orbiter (Pioneer 12) werd in mei 1978 gelanceerd en werd succesvol in een baan rond de planeet Venus gebracht. Pioneer Venus Multiprobe (Pioneer 13) werd gelanceerd in augustus 1978. Deze missie bestond uit vijf kleinere satellieten met elk hun eigen doel. Eenmaal aangekomen bij Venus werden de satellieten losgelaten. De eerste satelliet was de transportvoertuig die de andere vier satellieten naar Venus bracht. Hij bleef in een baan rond de planeet om de atmosfeer te verkennen. Een tweede satelliet kreeg de opdracht om op Venus te landen. De drie overige satellieten waren zogenaamde “impactor” satellieten. Hun opdracht was om tijdens de afdaling naar de oppervlakte van Venus zoveel mogelijk gegevens te verzamelen en door te sturen naar NASA voor ze op de oppervlakte neerstorten.