Menu

Pioneer Venus Orbiter & Multiprobe

31/05/2020 - Exploratie, Orbiter, Ruimtevaart, Venus
Pioneer Venus Orbiter & Multiprobe

Tijdens het Pioneer Project van NASA, dat liep van 1958 tot 1992, liep er een apart programma genaamd Pioneer Venus Project. Hierbij was het de bedoeling een verkenner te sturen naar de planeet Venus met als opdracht te planeet te observeren, met succes. Het Pioneer Venus Project bestond uit twee delen: de Pioneer Venus Orbiter en de Pioneer Venus Multiprobe. Meer info over het Pioneer Programma.

Pioneer Venus Orbiter
De bedoeling van de Pioneer Venus Orbiter, ook wel Pioneer 12 genoemd, is om in een vaste baan rond de planeet Venus te vliegen en van daaruit de planeet bestuderen. De Pioneer Venus Orbiter werd gelanceerd in mei 1978 vanop Cape Canaveral aan boord van een Atlas Centaur raket. De verkenner bereikte de planeet op 4 december 1978.

Aan boord van de verkenner waren verschillende instrumenten. Een van de opdrachten van de verkenner was het testen van deze instrumenten met het oog op nieuwe planeetverkenners naar andere planeten. Zo werd bijvoorbeeld een instrument getest om een planeet in kaart te brengen (topografisch), een infrarode radiometer, een spectrometer, een zonnewind plasmameter, een magnetometer om het magnetische veld te meten en nog vele andere. In totaal werden 17 instrumenten getest.

Vanuit zijn positie kon de Pioneer Venus Orbiter de komeet Halley bestuderen. Deze komeet was onzichtbaar vanaf de Aarde vanwege de nabijheid van de zon. De verkenner heeft de komeet in februari 1986 kunnen bestuderen. De UV spectrometer kon het verlies van water vanuit de komeetkern waarnemen op het moment van de komeet dichtste benadering langs de zon (perihelium).

In mei 1992 begon de laatste fase van de opdracht van de verkenner. Deze fase gebeurde op een afstand van 150 tot 250 kilometer afstand van het oppervlak van de planeet. De fase duurde tot de brandstof van de verkenner op was. De verkenner bleef gegevens verzenden tot 8 oktober 1992, dan werd zijn laatste signaal ontvangen. De Pioneer Venus Orbiter is waarschijnlijk uit elkaar gevallen wanneer hij de atmosfeer van Venus indook op 22 oktober 1992.


Pioneer Venus Multiprobe
De Pioneer Venus Multiprobe, ook bekend als Pioneer 13, werd gelanceerd in augustus 1978 als een “impact missie”. Uniek aan deze verkenner en verschillend met zijn voorganger Pioneer 12 is dat de verkenner drie kleinere satellieten bij had. Elke satelliet, inclusief de verkenner zal, na aankomst bij Venus, in de atmosfeer van de planeet duiken en zo lang mogelijk metingen uitvoeren.

Net als zijn voorganger had de Pioneer Venus Multiprobe verschillende instrumenten bij om uit te testen gedurende zijn opdracht. Deze verkenner had er maar zeven om te testen. De drie kleine satellieten waren identiek. Ze werden ontworpen om door de atmosfeer van de planeet te vliegen. Ze waren niet voorzien van een parachute dus ze konden ook niet landen. De satellieten waren niet voorzien van camera’s. Hun enige opdracht van het meten van verschillende aspecten (gas, temperatuur, samenstelling van wolken, …). Vanaf het moment dat ze werden losgelaten (op 9 december 1978), bleven alle drie de satellieten gegevens verzenden gedurende één uur, voor ze neerstorten op het oppervlak van Venus. Een satelliet overleefde de impact en bleef langer gegevens verzenden vanaf het oppervlak.

De drie satellieten hadden elk een eigen naam en opdracht.


Op 9 december 1978 arriveerde de Pioneer Venus Multiprobe in een baan rond Venus. Van daaruit werden de drie kleine satellieten losgelaten. De eerste satelliet vloog de atmosfeer binnen gevolgd door de andere met telkens 11 minuten ertussen. Uiteindelijk vloog ook de verkenner in de atmosfeer. Zijn laatste signaal werd ontvangen op een hoogte van 110 kilometer. Alle vier satellieten bleven gegevens verzenden tot hun impact op het oppervlak. Alleen de Day Probe had de impact overleefd en bleef enkele uren langer gegevens verzenden vanaf het oppervlak.

Uit de metingen die de vier satellieten hebben gedaan blijkt dat de temperatuur onder een hoogte van 50 kilometer zo goed als identiek is. Op de oppervlakte ligt de temperatuur tussen 448 graden Celsius en 459 graden Celsius. Er werden drie wolkenlagen geïdentificeerd met verschillende kernmerken. Het meest opvallendste ontdekking was de verhouding van argonisotopen aan de oppervlakte veel hoger is dan in de atmosfeer, wat erop lijkt de wijzen dat de ontstaansgeschiedenis van de atmosfeer van Venus heel anders is dan die van de Aarde. Tijdens de afdaling werden ook de windsnelheden gemeten. Die ligt in de bovenste regionen van de atmosfeer veel hoger dan aan de oppervlakte. Gemiddeld is de windsnelheid in de atmosfeer zo’n 200 meter per seconde, terwijl dit aan de oppervlakte slechts 1 meter per seconde is.