Menu

Maan (Aarde)

24/04/2018 - Aarde, Maan

Onze natuurlijke satelliet
De omloop van de Maan is sterk gekoppeld aan dat van onze Aarde. De maan doet er even lang over om één keer rond de as te draaien als de Aarde. Daardoor blijft tijdens de omloop om de Aarde steeds dezelfde kant naar ons gericht. De achterkant bleef lang een mysterie totdat de Sovjet-Russische sonde Luna 3 er in Oktober 1959 langs vloog en foto’s nam. De Maan en Aarde bevinden zich op 384.000 km van elkaar. Die afstand groeit jaarlijks met 2,5 cm. Zowel Aarde als Maan oefenen een sterke zwaartekracht op elkaar uit. Daardoor kan de afstand tussen beide uitlopen tot 406.700 km. Die zwaartekracht is de reden voor de getijden in de oceanen (eb en vloed).

Ontstaan
De theorie bestaat dat de Maan afkomstig zou zijn van de Aarde door een grote inslag op de vroegere Aarde. Een dergelijke inslag zou de reden kunnen zijn van de schuinstand van onze planeet. Doch uit analyse van het maangesteente blijkt dat de Maan ongeveer even oud zou zijn als de Aarde en wellicht uit dezelfde nevel zou zijn ontstaan.

Oppervlakte
Als je naar de Maan kijkt is het duidelijk dat er lichte en donkere plekken op de Maan aanwezig zijn. Die donkere plekken zijn maanzeeën, omdat lang gedacht werd dat het echte oceanen waren. Deze zeeën zijn gladde, lage gebieden die door lavastromen met basalt zijn opgevuld. Meer dan drie miljard jaar geleden zouden enorme meteoren zijn ingeslagen op de Maan en zo de korst hebben doorboord tot het gesmolten gesteende in de Maan. Dat gesteente stroomde naar buiten toe en vulde zo de inslagkrater op waardoor die zeeën zijn ontstaan. De bekendste zee is de Zee Der Stilte, daar vond de eerste maanlanding plaats. De zeeën zijn omringd door hoogland die alles behalve glad zijn en enorme kraters bevatten. Grote littekens van vele inslagen van meteoren en kometen. De bekendste kraters zijn de Tycho, vanaf de Aarde goed te zien net ten zuiden van het midden van de Maan, en Copernicus die goed te bekijken is met een verrekijker. De hooglanggebieden zijn bedekt met regoliet, een laag gesteentebrokken en stof, die het gevolg is van een reeks inslagen. De brokstukken werden over de oppervlakte verspreid. De achterkant heeft minder maanzeeën dan de voorkant, daar stroomde geen vloeibaar gesteente uit de mantel na inslagen. Waarschijnlijk omdat de korst dikker is op de achterkant dan de voorkant.

Maanmissies
Sinds de mens het ruimtevaarttijdperk betrad, werd het een race naar de Maan door de supermachten VS en de Sovjet-Unie. In 1959 stortte de eerste Russische sonde Luna 2 neer op het maanoppervlak en is daarmee het eerste voorwerp door de mens gemaakt dat op een andere wereld landde. Een maand na de landing stuurde de Luna 2 de eerste foto’s door van de achterkant van de Maan. In 1962 verkondigde president Kennedy aan dat nog voor 1970 een mens naar de Maan zou worden gestuurd. Het Amerikaanse maanprogramma ging met pech van start: in 1958 mislukte er drie pogingen met de Able sondes. In 1964 kon de Ranger 7 nog net de eerste close-up foto’s van de oppervlakte doorsturen voor deze te pletter sloeg op de Maan. In de jaren daarna kwamen we steeds meer te weten over de Maan door de verschillende Amerikaanse en Russische missie’s.

Het Apollo programma
Sinds Januari 1967 begon NASA met een reeks Apollo-vluchten met als doel de mens naar de Maan te krijgen en weer veilig terug. Pas in december 1968 brachten de VS met succes een bemande missie in een loopbaan om de Maan. Dit was met Apollo 8. Dit nieuws werd op de hele planeet gevolgd en smaakte naar meer. In juli 1969 vertrok de volgende vlucht met Apollo 11. Zij draaiden anderhalve keer om de Aarde en zette dan koers naar de Maan. Het is bij deze missie dat de astronaut Neil Armstrong de bekende woorden “That’s one small step for man, one giant leap for mankind” zei terwijl hij de eerste stap op de Maan zette. Voor de decade om was ging Amerika nog één keer naar de Maan. De modula van Apollo 12 landde November 1969 op het maanoppervlak. Dankzij deze missie kon men met zekerheid bewijzen dat de maanzeeën wel degelijk door stromende lava zijn ontstaan. In de drie volgende jaren stuurde NASA nog vijf Apollo-missie’s naar de Maan waarvan Apollo 13 de meeste indruk naliet. In April 1970 ontplofte één zuurstoftank terwijl Apollo 13 onderweg was naar de Maan. De maanlanding werd geannuleerd en de bemanning keerden veilig terug naar de Aarde. Er werden twee films gemaakt over de Apollo-missie’s. Eentje over Apollo 13 en eentje over de geannuleerde Apollo 18.

Maanfasen
Waneer de Maan aan de nachtelijke hemel staat, vertoond deze fasen, veranderd van volle Maan tot een sikkel, halve Maan of helemaal geen Maan. Dit wordt veroorzaakt door de veranderende hoek waaronder het verlichte deel die vanaf Aarde zichtbaar is. Die veranderende hoek komt doordat de Maan rond de Aarde draait. De cyclus begint met een nieuwe Maan, dan is er helemaal geen Maan te zien. Tussen de nieuwe Maan en volle Maan is er sprake van “wassende Maan” en is er steeds vanaf Aarde een groter deel zichtbaar. Het begint met een sikkel waarbij een klein deel van de Maan zichtbaar is, zo groeiend naar een halve Maan tot het volle Maan is. Tussen volle Maan en nieuwe Maan is er sprake van “afnemende Maan” en vindt het omgekeerde plaats. Het zichtbare gedeelte wordt dan steeds terug kleiner totdat er geen Maan meer zichtbaar is. Deze cyclus duurt ongeveer 28 dagen.

Een blik in het verleden
De Maan is steeds het grootste object dat vanaf de Aarde te zien is en dat heeft de mens als sinds begin gefascineerd. In vele culturen vervulde de Maan een belangrijke en religieuze rol en daardoor vorderde de wetenschappelijke kennis over de Maan langzaam. Zo waren er voor de 17de eeuw vele theorieën over hoe de Maan er uit zou zien. Volgens sommige waren de grote zwarte plekken grote watermassa’s. Echter in de 17de eeuw wanneer de telescoop was uitgevonden bleek de Maan en droge wereld te zijn vol kraters die niet in staat leek leven of vloeibaar water te kunnen herbergen.