Menu

Enceladus (Saturnus)

29/04/2018 - Maan, Saturnus

Enceladus (uitgesproken als en-sel-a-dus) is de zesde grootste maan van Saturnus. Saturnus heeft zo’n 62 manen.

Enceladus heeft de grootste albedo in ons zonnestelsel. Dit is de weerkaatsing van het licht. De albedo van Enceladus is groter dan 0,9 en reflecteert daarmee bijna alle zonlicht. Mede hierdoor bedraagt de gemiddelde temperatuur ongeveer -198°C.

Enceladus door Cassini (2005)

De maan is genoemd naar één van de drie giganten uit de Griekse mythologie die werden verslagen en begraven door Athena onder de vulkaan Etna.

In 2005 werden op de maan een soort geisers ontdekt die ijsdeeltjes uitspuwen tot een hoogte van bijna 500 kilometer. In 2006 heeft de ruimtesonde Cassini mogelijk geisers ontdekt van waterdamp.

In de zuidpoolregio van de maan zijn heel weinig inslagkraters te zien. Dit kan erop wijzen dat de maan geologisch actief is. Dit kan worden verklaart door dat de maan in een baanresonantie zit (net als Europa) waardoor het interieur van de maan verwarmd wordt. Een andere verklaring kan een elektrische opwarming zijn. De ruimtesonde Cassini heeft gemeten dat de geisers op de zuidpool van Enceladus geïoniseerd zijn en er daar elektrische stroom loopt. Deze stroom maakt deel uit van een gesloten stroomcircuit. Dat circuit bestaat uit Saturnus en Enceladus met daartussen (geleidende) plasma. De stroom loopt van de noordpool van Saturnus langs magnetische veldlijnen die Enceladus omvatten terug naar de zuidpool van Saturnus.

Enceladus is één van de drie hemellichamen buiten de planetoïdengordel waarop actieve uitbarstingen zijn geobserveerd (samen met Io en Triton).

Onderzoek naar de geisers op de maan heeft aangetoond dat er mogelijk een vloeibare oceaan zich bevindt diep onder de bevroren oppervlakte. De geisers zijn tevens de waarschijnlijke bron van het materiaal van de E-ring van Saturnus.

De eerste beelden van Enceladus zijn gemaakt door de ruimtesonde Voyager 2. Voyager 1 kon slechts de maan vanop een te verre afstand observeren in 1980. Voyager 2 had in 1981 de mogelijkheid om beelden van de maan te maken met een veel hogere resolutie. Daardoor werd het jonge oppervlak van Enceladus onthuld.

Op 30 juni 2004 kwam ruimtesonde Cassini in een baan om Saturnus. Dan kon men een gedetailleerde verkenning uitvoeren van Enceladus. Samen met de beelden van Voyager 2 werden er enkele “gemikte” naderingen van zeer dichtbij uitgevoerd, zo’n 175 kilometer tot het oppervlak. Ook werden er enkele “niet-gemikte” naderingen uitgevoerd, zo’n 100.000 kilometer tot het oppervlak.

De eerste drie naderingen, 17 februari, 9 maart en 29 maart 2005) hadden opvallende resultaten met betrekking tot het oppervlak. Toen werd ook ontdekt dat de geisers in het geologisch actieve zuidpoolgebied waterdamp spuwen. De nadering van maart 2008 heeft water, warmte en organische moleculen aangetoond, maar geen leven.

Uit recente analyses van de gegevens die ruimtesonde Cassini ons bezorgde is de aanwezigheid van simpele organische moleculen met slechts een paar koolstofatomen vastgesteld. Later blijken er ook organische moleculen met grotere massa’s aanwezig te zijn. Dit betekend dat ze zwaarder zijn dan methaan. Eerder onthulde de sonde dat Enceladus een enorme oceaan herbergt onder een dikke ijskorst. Ook zijn er geisers aangetroffen die waterdamp en ijsdeeltjes, afkomstig van de ondergrondse oceanen, de ruimte inslingeren. In die ijsdeeltjes hebben wetenschappers de organische moleculen aangetroffen. Het is de eerste keer dan organisch materiaal wordt gevonden op een buitenaardse waterwereld. Met de recente ontdekkingen is Enceladus het enigste hemellichaam – naast de Aarde – waarvan we weten dat ze beschikt over alle vereisten voor leven zoals wij dat kennen. Of er daadwerkelijk leven aanwezig op de maan is niet bekend. Om dat te onderzoeken is een nieuwe missie naar de maan nodig en daarvoor zijn nog geen plannen gemaakt.