Menu

Nereïde (Neptunus)

29/04/2018 - Maan, Neptunus

Nereïde (in het engels Nereid), ook wel bekend als Neptunus II, is de derde grootste maan van Neptunus. Nereïde is ontdekt door Gerard Kuiper in 1949. De maan is genoemd naar de zee-nimfen uit de Griekse mythologie. Dit waren de verzorgers van Neptunus. Nereïde was de tweede ontdekte maan voor de komst van Voyager 2. Nereïde draait in een prograde richting op een gemiddelde afstand van 3.425.000 kilometer om Neptunus. De ongewone baan wijst erop dat Nereïde een ingevangen asteroïde of een KBO (Kuiper Beld Object) kan zijn. Net zoals de andere innerlijke satellieten is deze ook verstoord geweest tijdens het invangen van Triton.

Nereid door Voyager 2 (1989)

Nereïde is de derde grootste satelliet van Neptunus en heeft een diameter van 170 kilometer wat vrij groot is voor onregelmatige satellieten. De maan heeft een neutrale kleur. Aan de oppervlakte is waterijs aangetroffen. Het oppervlak lijkt enorm veel op Uranus’ manen Titania en Umbriel, wat wil zeggen dat het oppervlak waarschijnlijk bestaat uit een mengsel van waterijs en neutraal materiaal. Net als Proteus is Nereïde ook gevormd door puin dat zich rond Neptunus opstapelde.

De voorlopig enige sonde die Nereïde heeft geobserveerd is Voyager 2. Die passeerde de maan op een afstand van 4.7000.000 kilometer in 1989. Voyager 2 heeft 83 foto’s gemaakt waarvan de nauwkeurigheid tussen 70 en 800 kilometer ligt. Ondanks dat de gemaakte beelden niet van goede resolutie zijn om oppervlakte eigenschappen te onderscheiden was Voyager 2 toch in staat de grootte van de maan te meten.