Menu

Zwart gat in centrum Melkweg

07/05/2018 - Hubble, Stelsels, Zwarte gaten

Zwarte gaten bestaan uit stervende sterren. De meeste sterren hebben een doorsnee van 30 kilometer. Maar sommige zwarte gaten zijn veel groter dan dat. Zij zijn gevormd uit superzware sterren en zijn dus superzware zwarte gaten. Een superzwaar zwart gat heeft meestal dezelfde grote als een sterrenstelsel. Zo’n superzwaar zwart gat bevind zich in het centrum van ons sterrenstelsel, de Melkweg. Kortweg, elk sterrenstelsel is gevormd rond een zwart gat. Het zwarte gat in het centrum van de Melkweg wordt bedekt door miljoenen sterren die aan een snelheid van miljoenen kilometers per uur rond het zwarte gat draaien. Daardoor is het zwarte gat niet zichtbaar. Al 15 jaar zoekt de mensheid naar aanwijzingen. Infrarode telescopen zijn gericht naar het centrum en heeft ons al laten zien dat er miljoenen dicht opeengepakte sterren zijn. Die sterren verbergen iets. De enige telescoop op Aarde die sterk genoeg is om het centrum van de Melkweg te observeren is de Keck-telescoop in Hawaii. Toch is deze niet sterk genoeg om een foto te maken van het zwarte gat.

Voorbeeld van een zwart gat

Foto’s van de afgelopen 15 jaar leveren ongelofelijk resultaten op. We zien dan wel het zwarte gat zelf niet, maar toch zijn er aanwijzingen van de aanwezigheid ervan. Zo draaien de sterren rond het zwarte gat tegen een snelheid van miljoenen kilometers, wat veel groter is dan elders in de Melkweg. Dit is het bewijs van de aanwezigheid van een zwart gat. Het zijn net kleine planeten die rond een onzichtbare zon cirkelen. Om sterren op zo’n snelheid te laten draaien is veel zwaartekracht nodig. Er is maar één object in het universum die zo’n grote hoeveelheid zwaartekracht kan leveren… en dat is een zwart gat, meer bepaald een superzwaar zwart gat. Het superzwaar zwart gat in het centrum van de Melkweg heeft de massa van 4 miljoen zonnen (dat is 4 miljoen keer het gewicht van onze zon).

De Keck-telescoop kan naar het centrum van de Melkweg zien. Het beeld dat we krijgen van de telescoop is niet helemaal zuiver. Dit omdat we vanop de Aarde zien en we door de atmosfeer moeten kijken. Deze verstoord het beeld, in tegenstelling tot de Hubble, die buiten de atmosfeer hangt. De atmosfeer is altijd in beweging waardoor het beeld wazig en vervormt is. Dit probleem wordt verholpen door “adaptieve optica”. Hier worden lasers naar de atmosfeer gestuurd, waarop deze worden teruggekaatst en kleine deeltjes in de atmosfeer, in de bovenlaag, weerkaatsen het licht. Daarop kan men dan correcties uitvoeren en zo een zuiver beeld creëren.