Menu

Herkomst van een meteoor

13/05/2018 - Meteoren

Meteoren zijn al bekend sinds de 15de eeuw, bijvoorbeeld de meteoriet van Ensisheim die in 1492 op Aarde neerstortte. Een andere bekende meteoriet is die van Eichstädt in 1785. Maar pas in 1803 konden wetenschappers worden overtuigd van het bestaan van meteoren en meteorieten. De Franse Academie van Wetenschappen ontving toen duizenden berichten over “duizenden vallende stenen” – het uiteenvallen van een meteoor – boven een bewoond gebied. Dit buitengewoon zeldzame en daardoor indrukwekkender bewijs deed de onderzoekers van mening veranderen.

Vallende sterren zijn kosmische kleine lichamen die de atmosfeer binnendringen. De grootte varieert van een speldenkop tot enkele centimeters. Met een snelheid van 20 tot 70 kilometer per seconde storten deze stofdeeltjes neer op Aarde. Die stofdeeltjes kunnen bijvoorbeeld restanten zijn van kometenstaarten (zie Kometen). Als de atmosfeer binnendringen wordt de lucht voor het deeltje gecomprimeerd en verhit. Als we een vallende ster of meteoor waarnemen, zien we dus geen gloeiend object maar de geïoniseerde lucht langs zijn baan. Per uur zijn er gemiddeld tien vallende sterren aan de hemel. Deze zijn soms zo klein dat ze niet kunnen gezien worden met het blote oog. Lichtere meteoren, die een grotere massa vereisen, zijn zeldzamer. Zij worden ook wel “vuurbollen” of “boliden” genoemd. Grotere lichamen vergloeien meestal niet helemaal en worden dan “meteorieten” genoemd. Zij bestaan meestal uit steen, ijzer of een mengsel daarvan. Meestal zijn het steenmeteorieten.